Woord van de maand

Op iedere eerste donderdag van de maand wordt een woord uit de bijbel uitgelicht.

testament
religie
parochie
pelgrim
vormsel
wierook
altaar
homilie
katholiek
tabernakel
hostie
adventskrans
amen

Testament

NIEUW TESTAMENT: wilsverklaring of verbond
Welke betekenis heeft het testament volgens jou?
Bij testament denken we aan een overledene en zijn of haar wilsverklaring.
Dat vraagt om een nadere verklaring …

We kunnen ons afvragen of het testament een wilsverklaring van God is.Een soort eenzijdig opgesteld contract.
Dat klinkt meteen zo zakelijk.
En een testament is pas rechtsgeldig na het overlijden van de erflater.
Daar lijkt toch iets niet te kloppen.
Bovendien heeft God de Bijbel niet zelf geschreven of gedicteerd.
Hij was wél de inspirator voor schrijvers; verschillende mensen uit verschillende tijden en plaatsen.
Hij zond zijn zoon Jezus die het moest bekopen met de dood …
Dus toch een testament?

De Bijbel is oorspronkelijk in 3 verschillende talen geschreven: Hebreeuws, Aramees en Grieks.
Het grootste gedeelte van het Oude Testament is in het Hebreeuws (werd al 1500 jaar vóór Christus gesproken), voor de rest in het Aramees, dé voertaal in de tijd van Jezus. Om het ingewikkeld te maken: in het Oude Testament zijn enkele boeken die uit het Grieks zijn overgeleverd.
Het OT dateert van voor het begin van de christelijke jaartelling en verhaalt het leven van het Joodse volk.

Het Nieuwe Testament beschrijft het verhaal vanaf de boodschap dat God zijn zoon Jezus zal sturen tot de opstanding van Jezus.
Het NT is in het Grieks geschreven en dan het eenvoudige Grieks, de volkstaal, niet het hoogstaande.
Vervolgens werd het vertaald; aanvankelijk in enkele talen van het Midden-Oosten en nu zijn er meer dan 2000 vertalingen.
Bij vertalingen is het vaak moeilijk terug te grijpen naar de oorspronkelijke betekenis van een woord.
Alles moet worden geplaatst in de context van de tijd en tijdsgeest van toen.
En tijden veranderen nu eenmaal en daarmee ook vaak de betekenis.

TESTAMENT komt van het Latijnse woord testamentum wat een vertaling is van het Griekse woord diathèkè – in de betekenis van testament – of het Hebreeuwse woord berith (verbond).
Daar is dus een tweestrijd.
In welke context kunnen wij het dan plaatsen?
Welk woord zou wellicht beter zijn?

Testament? Gods wil geschiede.
God wil graag dat wij leven naar Zijn Woord. We bidden dat in het Onze Vader: Uw wil geschiede.
Verbond? Een bindende afspraak tussen 2 partijen met uitgesproken of vastgelegde beloften en verplichtingen: een afspraak tussen God en Jezus, die gezonden is om ons een voorbeeld te geven en waaraan wij ons committeren?
De Bijbel is wel oud maar niet stoffig.
God spreekt door middel van de Bijbel nog steeds tot ons.
De Bijbel bevat een boodschap voor ons.
De teksten gaan over ons en ons leven, nog steeds.
In de kern van de Bijbel is de waarheid van God, het Woord van God.
Ben je het daar mee eens?
Maakt het dan uit welke betekenis testament heeft?

Tot welke betekenis voel je je het meest geroepen: testament of verbond?</p>

Religie

Waar het woord religie of religio vandaan komt, is niet geheel duidelijk.

✝️Het zou van ‘relegere’ (opnieuw lezen of doen) kunnen stammen; dat zou dan betrekking hebben op het naleven van de verering van God(en).
✝️Of het zou van ‘relinquere’ (achterlaten) kunnen komen; je laat het wereldlijke achter als je voor religie kiest.
✝️Ook is er iets voor te zeggen, dat het voortkomt uit het werkwoord ‘re-eligere’ (opnieuw verkiezen); na de zonde van de mens kiest hij opnieuw voor God
✝️Dan is er nog het werkwoord ‘religere’ wat zoveel betekent als verplichten; door een religie te beoefenen, houd je je ook aan rites.
✝️Waarschijnlijk zullen de meeste mensen zich meer of makkelijker kunnen vinden in ‘religare’; verbinden met God. In deze betekenis zou echter eerder een ander Latijns werkwoord worden gebruikt.

Waar verwijst religie eigenlijk naar? 
–> het geloof in een God
–> goed zijn voor anderen
een manier van leven
–> houvast & troost
–> antwoord op vragen rondom leven en dood
–> het naar de kerk gaan
–> bidden
–> …

Wat houdt religie voor jou in?

Parochie

Ga je naar de kerk in je eigen parochie of ga je wel eens ‘buurten’?
Parochie komt van het Griekse woord paroikía, wat buur betekent.
Zo vormt een parochie een lokale gemeenschap van gelovigen.
Dat was vroeger zo, maar wordt dat nog zo ervaren?

De uitdrukking ‘preken voor eigen parochie’ is in deze context ook goed te begrijpen: je verkondigt iets voor mensen die het al met je eens zijn omdat je gelijkgestemden bent, in een vertrouwde gemeenschap, in elkaars buurt.

Als je naar een eucharistieviering gaat, ga je dan altijd naar de kerk in je eigen parochie?
– En zo ja, doe je dat omdat het in je eigen gemeenschap/buurt is?
– Om daar kennissen/vrienden/familie/buren te treffen?
– Omdat het dichtbij is?
Of ga je wel eens naar een buur-parochie, over de grenzen heen?
Wat zijn dan de beweegredenen?
– Om daar mensen die je kent te ontmoeten.
– Omdat het tijdstip beter uitkomt.
– Of …

Waar het woord religie of religio vandaan komt, is niet geheel duidelijk.

✝️Het zou van ‘relegere’ (opnieuw lezen of doen) kunnen stammen; dat zou dan betrekking hebben op het naleven van de verering van God(en).
✝️Of het zou van ‘relinquere’ (achterlaten) kunnen komen; je laat het wereldlijke achter als je voor religie kiest.
✝️Ook is er iets voor te zeggen, dat het voortkomt uit het werkwoord ‘re-eligere’ (opnieuw verkiezen); na de zonde van de mens kiest hij opnieuw voor God
✝️Dan is er nog het werkwoord ‘religere’ wat zoveel betekent als verplichten; door een religie te beoefenen, houd je je ook aan rites.
✝️Waarschijnlijk zullen de meeste mensen zich meer of makkelijker kunnen vinden in ‘religare’; verbinden met God. In deze betekenis zou echter eerder een ander Latijns werkwoord worden gebruikt.

Waar verwijst religie eigenlijk naar? 
–> het geloof in een God
–> goed zijn voor anderen
een manier van leven
–> houvast & troost
–> antwoord op vragen rondom leven en dood
–> het naar de kerk gaan
–> bidden
–> …

Wat houdt religie voor jou in?

Pelgrim

Ben je ooit op pelgrimstocht geweest?
Of liever gezegd: Ben je (ooit) pelgrim (geweest)?
Er zijn veel (religieuze) bestemmingen, waaronder Bethlehem, Jeruzalem, Mekka, Rome, Santiago de Compostela, Fátima, Lourdes, Kevelaer, Stonehenge … Of dichter bij huis: Scherpenheuvel, Banneux.
Vanuit het dekenaat Maasmechelen, de Pastorale Eenheid Sint-Franciscus of in samenwerking met CCV Hasselt organiseert deken Luc geregeld een pelgrimstocht: een langere of kortere wandeling met bezinningsmomenten en opdrachten onderweg. Misschien ben je al eens medetochtgenoot geweest. 

Wat kun je verwachten als pelgrim?
Je verlaat je huis, je vertrouwde omgeving, en begeeft je naar … Tsja, wat is je doel? Wat is je weg? Het lijkt wel een speurtocht of ontdekkingsreis. Ga je op weg om God te vinden? Of misschien ben je jezelf kwijt en ben je daarnaar op zoek? Ga je om boete te doen, tot bezinning te komen, inspiratie op te doen, genezing te vinden, andere mensen te ontmoeten of gewoon om er eens geweest te zijn?

Wat kun je onderweg verwachten? Is er ook vreugde, geloof, hoop, liefde, vrede, geluk te ervaren? Ga je van het donker naar het licht? Is de tunnel kort of lang?

Een pelgrimstocht kan worden gezien als metafoor voor een innerlijke reis. Wandelen met je hoofd, je hart, je ziel. Je komt jezelf ongetwijfeld tegen. Hoelang ben je dan onderweg? Totdat je de eindbestemming, het bedevaartsoord hebt bereikt? Lang genoeg om na te denken? Of een heel leven lang?

Dat zijn een hoop vragen, waarop geen eenduidig antwoord op kan worden geformuleerd. 

Als we het woord eens gaan ontleden, misschien wordt dan meer duidelijk.
Pelgrim, pilgrim, pellegrino van het Latijnse woord peregrinus, iemand die over akkers loopt (per = over, ager =veld). Dat geeft meer inzicht in hoe het vroeger was. Tegenwoordig verstaan we daar veel meer onder. Je kunt namelijk ook een tocht in gedachten ondernemen. Het maakt niet uit, waar je je bevindt. Het gaat meer om de reis op zich, dan om het einddoel.

En? Ben je ooit een pelgrim geweest?

Vormsel

Hoe vaak in je leven zeg je volmondig JA!? Het zijn in ieder geval de bijzondere momenten. In de periode tussen eind april en begin juni zeggen weer veel vormelingen JA. Vroeger was het doodnormaal dat je het vormsel deed. Tegenwoordig is het – als het goed is – een bewuste eigen keuze, uiteraard in samenspraak met de ouders. Wat beloven vormelingen eigenlijk op het moment dat ze worden gevormd? En waar zeggen ze ‘ja’ tegen? Of liever gezegd: wat bevestigen ze?

Bij het doopsel geven ouders aan dat zij hun kind willen opnemen in de geloofsgemeenschap en dat zij hun kind christelijke waarden zullen meegeven. Eigenlijk is het God die aangeeft dat Hij het kind aanvaardt als zijn kind en dat het op Hem kan rekenen. De ‘eerste communie’ betekent dat je vanaf dan mag deelnemen aan de eucharistie. Ook door het vormsel word je opgenomen in de gelovige gemeenschap. Vormelingen zeggen ‘ja’ tegen het engagement om als christen te leven en ‘ja’ tegen God; Hij schenkt hen de heilige Geest (inzicht en kracht).

Dat is nogal wat voor jonge mensen om zoveel op hun schouders te nemen. Daarom wordt hen ook steeds gezegd, dat het niet om grote daden hoeft te gaan. Het begint klein, in hun eigen omgeving en het hoeft niet groot(s) te zijn. Als onderdeel van het traject geven de vormelingen zich in september op voor sociale engagementen om zo kennis te maken met meerdere aspecten van de maatschappij. Ook de maandelijkse catechese helpt hen op weg om via beleving en ervaringsgebeuren te ontdekken wat christen-zijn kan betekenen.

Tijdens het vormsel worden er vijf symbolen gebruikt om de aanwezigheid van God tastbaar te maken:
1. Kruis: een stukje sterven zodat het leven daarna vrucht kan dragen. De vormelingen dragen een kruis om hun hals tijdens de viering.
2. Kaars: proberen als een kaars te zijn die licht en warmte geeft. Bij de viering van het vormsel ontsteken de vormelingen hun doopkaars bij de paaskaars.
3. Handen: Gods hand geeft geborgenheid, bescherming, genegenheid, tederheid, nabijheid en Hij zendt de vormeling om christen te zijn: handoplegging door de bisschop of vormheer. Tijdens het vormsel leggen de naasten (ouders, familie, peter, meter) van de vormeling een hand op zijn/haar rechterschouder, waarmee ze aangeven dat ze achter het vormsel staan en hulp en steun zullen blijven bieden.
4. Kerkgemeenschap: ze laat zich inspireren en vormen door mensen in hun omgeving die hen het voorbeeld geven van leven als een christen. Daarom wordt het vormsel in de eigen parochie gedaan en zijn de naasten erbij.
5. Olie: heeft een geneeskrachtige werking en maakt soepel en glanzend. Tijdens het vormsel wordt de vormeling op het voorhoofd gezalfd met het heilig chrisma (mengsel van olijfolie en balsem). Net als olie in een steen doordringt, zo zal de vormeling dieper wortelen in het christendom, blijft er een eeuwigdurend merkteken in de ziel achter en geeft hij/zij aan als olie te zullen zijn voor anderen.

Zo worden ze gevormd, gekneed, langzaam ingewijd in het leven als christen. Met het vormsel beloven ze het geloof trouw te blijven en dat valt niet altijd mee naarmate het leven als puber, adolescent en volwassene een andere wending krijgt. Er komen andere prioriteiten in het leven van een jongeling. Maar dedoordrenking van de olie blijft; meestal komen ze terug en bedenken dat de christelijke waarden die ze in hun jeugd hebben meegekregen nog niet zo gek waren. Als er een kind in hun leven komt, gaan ze nadenken over het doopsel. En op hun beurt willen ze dikwijls de waarden doorgeven aan hun kinderen.

Welkom, vormelingen, in onze christengemeenschap. Besef dat we ook maar mens zijn met fouten, beperkingen maar van goede wil en dat we altijd weer opnieuw kunnen beginnen het goede te doen.

Wierook

Goud, mirre en wierook. Dat hadden de drie wijzen bij zich toen ze op kraamvisite bij Jezus gingen. De geschenken waren een koning waardig; het waren in die tijd – en nu nog altijd – de meest kostbare en luxueuze (delf)stoffen. Goud was een typisch geschenk voor een ‘aardse’ koning. Wierook staat voor goddelijkheid. En mirre is een verwijzing naar de dood van Jezus; doden werden met mirrezalf gebalsemd. Wierook werd al lang voor Jezus’ geboorte gebruikt als reukoffer voor de goden, om hen gunstig te stemmen, hen te bewieroken en zo bij hen in het gevlei te komen. Ook werd wierook aangestoken om stank – van bijvoorbeeld doden – te verdoezelen.

De eerste christenen verwierpen wierook in de liturgie omdat het teveel weg had van een heidens gebruik. Aangezien de geur verfrissend en verversend werkte, werd wierook op een gegeven moment wél ingezet in liturgische ruimten en om de feestvreugde kracht bij te zetten. Op den duur werd het gebruikt voor hooggeplaatste personen; bij een plechtige intocht van een paus of een processie had men wierookpalmen of wierookvaten. Vervolgens werd het gebruikt rond het altaar en het kruis. En waarom zou je het dan niet ook aanwenden tijdens het klaarmaken van de gaven op het altaar, zullen christenen hebben gedacht. Zo konden brood en wijn worden gezegend en opgenomen in Gods ruimte. Bij plechtige zegeningen werd het de gewoonte om gewijd water (wijwater) én wierook te gebruiken. Het woord wierook komt van wijrook (rook om te wijden) en zo werd het een ritueel.

De goede geur van Jezus wordt samen met de wierook in de Kerk verspreid en versterkt het gebed en de beleving van de liturgie. Sinds het moderniseren van de Kerk in de jaren ’60, dat is verwoord in het Tweede Vaticaans Concilie, is het gebruik van wierook verminderd. In de meeste kerken wordt enkel nog tijdens feestdagen gewierookt. Tenminste, als er misdienaars zijn die daarvoor een kleine ‘opleiding’ hebben gevolgd. Er is namelijk enige ‘handigheid’ nodig om met het wierookvat te zwaaien. Ook moet je weten hoeveel of hoe weinig wierookkorrels op de gloeiende kooltjes moeten worden geschept. Het altaar, het evangelieboek, brood en wijn en de paaskaars worden dan bewierookt omdat ze verwijzen naar Jezus. En eventueel de kerkgangers en de priester. Tijdens uitvaarten wordt het lichaam van de overledene bewierookt als eerbetoon.

Het heeft iets mystiek: dat goddelijke dat we doorheen de mist van rook proberen te grijpen. Laat het maar los en laat het samen met de rook opstijgen. In de katholieke kerk is de gedachte achter het gebruik van wierook, dat samen met de rook de gebeden ten hemel stijgen. Op die manier ontstaat er een verbinding, want bidden tot God is vooral luisteren naar Hem. De werking van wierook benadrukt dat; de geur bevordert namelijk het concentratievermogen van de geest en vertraagt de ademhaling. Wierook heeft een geneeskrachtige werking en kan ook worden ingezet om tot rust te komen tijdens bijvoorbeeld een examenperiode of tegen darmontstekingen, gewrichtspijnen en astma. Wierook bestaat uit organische ingrediënten (houtpoeder van bijvoorbeeld sandel- of agarhout), hars (van de wierookboom Boswelia), kruiden, bladeren, wortels, bloemen en water. Het heeft een zuiverende, kalmerende en beschermende werking op lichaam en geest; laat de vonk overspringen in ons hart.

Altaar

De Grieken en Romeinen kenden het sterrenbeeld ALTAAR. De denkbeeldige lijnen tussen de sterren vormen een offertafel; net zo een als de Griekse God Zeus (door de Romeinen Jupiter genoemd) midden in zijn woning had staan. De Griekse politicus Aratos – geboren in 315 v.Chr. – had over deze tafel en onder andere dit sterrenbeeld geschreven. Dit is dan weer door de Romeinse schrijver Cicero in het Latijn vertaald als ‘ara’ (tafel). Het sterrenbeeld altaar is in deze maand goed te zien, maar helaas niet in België. Het altaar zoals wij dat kennen, is waarschijnlijk een samentrekking van ‘altus’ (hoog) en ‘ara’ (tafel). In de bijbel wordt vaker melding gemaakt van altaar. Toen Noah de ark verliet, bouwde hij een altaar en bood een brandoffer aan God, waarbij de geur naar Hem opsteeg. Zo gaf God Abraham de opdracht een altaar te bouwen op de berg Moria. Ook zijn zoon Isaäk en kleinzoon Jakob bouwden een altaar. God gaf een duidelijke opdracht hoe een altaar er uit moest zien; het mocht van aarde zijn en van stenen, maar geen gehouwen stenen, want dan zouden de stenen worden ontheiligd. Bij het Laatste Avondmaal wordt er eveneens een tafel ingericht waarbij de aanwezigheid van Jezus wordt gevierd. Het altaar staat ook voor

de kribbe en het graf van Jezus en voor het hemelse altaar, de troon van God. De betekenissen komen terug in de liturgische teksten. In de meeste kerken staat het altaar in het midden, al dan niet op een verhoging of in het midden van het priesterkoor. Het gangpad naar het altaar is als een processieweg dat daar naartoe leidt. In vroeger tijden kon de verhoging niet hoog genoeg zijn, waardoor een podiumeffect ontstond. Tegenwoordig zien we het altaar graag in ons midden om zo dichter bij God te kunnen zijn. De versieringen, zoals bloemstukken, worden veelal rondom het altaar geplaatst om niet teveel afleiding te geven van hetgeen gebeurt, ligt of staat aan en op de tafel van Gods woord, het geestelijk voedsel, en van Jezus’ Lichaam en Bloed.

Dit alles is neergeschreven in de Algemene Instructie van het Romeins Missaal, waarin de grootte, vormgeving, versiering, plaatsing en gebruik zijn opgenomen. En zoals altijd zijn teksten aan interpretatie onderhevig. Hoe het ook is; wij zitten in de periode mens 3.0, waarin de benadering van mens tot mens centraal staat. De kernwaarden persoonlijk, kwaliteit, vertrouwen, sociaal en duurzaam komen naar voren. Je mag laten zien wie je bent, je benadert elkaar menselijk en je vindt aansluiting in hoofd en hart. En dit past helemaal in het straatje van christen-zijn. Het altaar is de plaats waar we letterlijk en figuurlijk een diepe buiging kunnen maken voor de levende Christus.

Homilie

HOMILIE stamt af van het Griekse woord homilia, wat ‘conversatie’ betekent. De homilie is vergelijkbaar met een preek, een integraal onderdeel van de liturgie, en werd aanvankelijk door kerkvaders gebruikt als moment om een informele les te geven. De geloofsmysteriën en de normen van christelijk leven vanuit de gewijde tekst worden uiteengezet tijdens de homilie en moet op zondagen en hoogtijdagen worden gehouden. Het is een hulpmiddel om Gods Woord, het evangelie, te laten herleven in de liturgie. Je kunt het zien als een dialoog tussen God en ons. Paus Franciscus heeft hierover gezegd: “God wil de mens bereiken, tot zijn hart spreken en in dialoog gaan”. Het is niet de bedoeling om catechese, een cursus of spektakelstuk te geven. Er mogen geen onderwerpen worden aangesneden die geen verband hebben met de liturgische viering en de lezingen. Wat is de homilie dan wel: ”een vorm van hartelijke, moederlijke communicatie die aandacht schenkt aan het ware, het schone en het goede”. Een vertaling naar het hier en nu, actualisatie, zonder te ontaarden in een persoonlijke preek. De boodschap van de homilie ligt besloten in de lezingen die eraan voorafgaan: wat wil God ons zeggen. Het is voedsel voor ons christelijke leven.

De homilie dient te gebeuren door de hoofdcelebrant (Paus/bisschop/priester/pastoor), maar mag ook worden toevertrouwd aan een concelebrant (voorganger naast de celebrant) of aan een diaken. Leken mogen (nog) geen homilie houden. Wél bestaat de mogelijkheid dat een niet-gewijde persoon bij uitzondering een aanvullend getuigenis geeft wanneer er tijdens de eucharistieviering een homilie wordt gehouden. Omdat de homilie deel uitmaakt van de verkondiging, dient dit te worden uitgesproken vanaf de ambo, een ‘preekstoel’ aan de noordzijde van de kerk. Voor de kerkgangers is dit aan de linkerzijde van het altaar. Vroeger was er in elke kerk een aparte preekstoel. Deze was – omdat er nog geen geluidsinstallatie bestond – vooral bestemd om de verstaanbaarheid van de homilie te bevorderen. De ‘hemel’ van de preekstoel diende letterlijk als klankbord, waardoor het stemgeluid verder droeg. Vaak was de preekstoel versierd met toepasselijke Bijbelse figuren, zoals de grote profeten, terwijl op de hemel ervan een duif te zien was: teken van de heilige Geest die geacht wordt degene die preekt te bezielen.

Vaak wordt een priester door de kerkgangers onder andere beoordeeld op de kwaliteit van zijn preken. Het is een kunde en kunst: je kunt het leren en er is ook meer nodig dan het je eigen maken.
Iedere vrijdagavond wordt een commentaar op het evangelie van die zondag als blog op deze website en vandaaruit zaterdag op het persoonlijk profiel van het dekenaat op Facebook gedeeld. De uitleg is meestal afkomstig van deken Luc Herbots, pastoor Jos Vanderlee en diaken Julien Beckers.

Hoe mooi is het dat het evangelie, het oude Woord, steeds weer opnieuw zeggingskracht heeft voor veel mensen van vandaag.
Hoe wonderlijk is het dat iedere zondag hetzelfde Woord wordt gelezen en gevolgd, overal op de hele wereld. Een groter teken van verbondenheid kan er niet zijn.

Katholiek

Ben je katholiek?
Ben je een christen?
Ben je gelovig?
Het begon allemaal bij die ene persoon, die als zoon/boodschapper van God op aarde leefde: Jezus, geboren om de mensen te redden van hun zonden. Jezus gaf op het einde van zijn leven apostel Petrus de opdracht op pad te gaan en het geloof te verkondigen. Jezus zei toen: “Ik ben de rots en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen”.
En zo werd er een kerk gebouwd. Petrus werd de eerste paus, plaatsvervanger van God. Israël viel toen onder het Romeins bewind. In dit groot Romeinse Rijk werden alle religies getolereerd, zolang de Romeinse goden én de keizer maar aanbeden werden.
Het geloof in Jezus de Messias werd in het westen en oosten verkondigd, overal. Het woord KATHOLIEK is ontleend aan het Griekse woord ‘katholikos’ wat ‘universeel’ betekent. Over de gehele wereld geloofde men dat Jezus de vleesgeworden God was. De betekenis van het kerklatijn ‘catholicus’ is ‘rechtgelovig’.
Tijdens het verval van het Romeinse Rijk werden de christenen beschouwd als veroorzakers van het kwaad. Ongeveer driehonderd jaar lang werden de christenen vervolgd, maar niet verslagen. Op de vooravond van een belangrijke veldslag keek keizer Constantijn de Grote naar de lucht en zag daar een kruis en kreeg een teken dat hij hiermee zou winnen. Hij bekeerde zich en de christenvervolgingen stopten. In de vierde eeuw, onder bewind van Theodosius I, werd het christendom tot staatsreligie gemaakt. Na zijn dood splitste het Romeinse Rijk zich op in een westers en oosters deel. Het grote Romeinse Rijk bestond voor de buitenwacht nog wel, maar toch bleek dit later het definitief einde van het rijk te zijn, maar niet van het katholicisme.
In 590 kwam paus Gregorius I, die Rome en de katholieke kerk weer opbouwde door onder andere liefdadigheidswerk. Paus Leo III kreeg het zwaar te verduren en wendde zich tot keizer Karel de Grote. Deze zorgde dat de paus weer veilig kon terugkeren naar Rome en werd door de paus tot keizer van het Heilige Roomse Rijk benoemd. In de tiende eeuw ontstond er een strijd tussen machtige Italiaanse families over wie de paus mocht zijn. De katholieke kerk raakte door veel wantoestanden van pausen in verval. Ondertussen waren er al veel mensen bekeerd. Maar ook de verschillen tussen de gelovigen werden groter. Uiteindelijk werden ze zo groot, dat er een kloof ontstond, de Grote Schisma in 1054; scheuring tussen de rooms-katholieken (die de paus als plaatsvervanger van God zien) en de orthodoxe of Byzantijnse Kerk.
In het Grieks betekent orthodox ‘rechtgelovig’. Tja, en wie heeft het nu bij het ‘rechte’ eind? Maakt het iets uit? Ja, want er is niet voor niets een Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie gekomen om de kerk te moderniseren en de neuzen weer even dezelfde kant uit te krijgen. Het is maar waarmee je bent opgegroeid en wat je er zelf mee doet.
Natuurlijk is er veel gebeurd in de afgelopen ruim tweeduizend jaar. Veel wantoestanden. Veel mooie en goede dingen. We geloven dat het goede het kwaad overwint. En er wordt meer en meer geprobeerd om bruggen te slaan tussen God en de mens, kerk en de samenleving, gelovigen van verschillende religies. De katholieke kerk is dus universeel, met een verscheidenheid aan sociale, culturele en menselijke wortels. In de geloofsbelijdenis zijn de (twaalf) kernpunten van het christelijk geloof verwoord.
Ben jij belijdend katholiek?

Tabernakel

Het Heilige der Heiligen, de belangrijkste plek van het kerkgebouw, waar de heilige reserve wordt bewaard, de geconsacreerde hosties die overgebleven zijn na een eucharistieviering en waarin Christus nog altijd werkelijk aanwezig is. We hebben het over de tabernakel.
Het woord is afgeleid van het Latijnse woord tabernaculum dat ‘hut’ of ‘tent’ betekent.
In het Bijbelboek Exodus wordt voor het eerst het woord tabernakel gebruikt als ‘tent der samenkomst’. Deze deed dienst als plaats van aanbidding voor de Israëlieten en maakte zichtbaar dat God in hun midden aanwezig was. Tijdens de uittocht uit Egypte werd de tent verplaatst en waar hij ook werd opgezet, was God altijd temidden van het volk van Israël. Zo ook de stenen tafelen met de tien geboden die Mozes op de berg Sinaï van God had ontvangen. Na de aankomst in het beloofde land bleef de tabernakel aanvankelijk het centrale heiligdom. Toen de tempel in Jeruzalem was gebouwd, is de tabernakel dé plek waar we God nabij kunnen voelen.
Het is een soort brandkast, stevig, functioneel en afsluitbaar en tevens versierd met Bijbelse taferelen, zoals de vijf broden en twee vissen (van de wonderbare broodvermenigvuldiging), de Griekse letters Alfa en Omega (Christus is begin en eind van de schepping en van ons leven) of de Griekse letters X (Chi) en P (Rho), die de beginletters vormen van de naam ‘Christus’. Van binnen is een tabernakel vaak bekleed met zijde, van buiten omhangen met gordijnen in liturgische kleuren.
De hosties worden in de tabernakel bewaard in een gesloten ciborie, een kelk met deksel, waarop meestal een rechtopstaand kruisje is bevestigd. In de buurt van een tabernakel hangt altijd een godslamp. Als de lamp brandt, weet men dat het Allerheiligste (de geconsacreerde hostie) aanwezig is. Men wordt dan geacht te knielen richting de tabernakel.
De tabernakel bevindt zich gewoonlijk in het priesterkoor, waar het van oudsher onderdeel uitmaakt van het hoogaltaar. Het kan ook geplaatst zijn in een zijaltaar of – in grotere kerken – een aparte sacramentskapel. In sommige middeleeuwse kerken is er ergens in het priesterkoor een aparte sacramentstoren, een stenen zuil in de vorm van een torenmonstrans. Tijdens de beeldenstorm zijn vele torens verwoest. De bekendste sacramentstoren, ontworpen door de voorname beeldhouwer en architect Floris Cornelis de Vriendt, is in de Sint-Leonarduskerk te Zoutleeuw die negen verdiepingen en achttien meter hoog is.
In de hemel is overigens ook een tabernakel: de grotere en volmaaktere tabernakel, niet door mensenhanden gemaakt. Daar gaan we natuurlijk voor; de ontmoeting mag liefst niet té vroeg zijn …

In dit artikel is ervoor gekozen om ‘de’ tabernakel te gebruiken. Als je gewoon bent ‘het’ tabernakel te zeggen, is dat ook correct.

Hostie

Als je tijdens de eucharistieviering te communie gaat, ontvang je een door de priester geconsacreerde hostie, een stukje brood, dat symbool staat voor het Lichaam van Jezus. Hostie komt van het Latijnse woord hostia, wat offer betekent. Christus heeft zichzelf immers geofferd voor de mensheid door te sterven aan het kruis. 
Een hostie moet worden gemaakt volgens de richtlijnen van de Raad van de Liturgie in Rome. Zo is voorgeschreven, dat hosties gluten moeten bevatten. Water en (zuivere) tarwebloem, dat wél gluten en geen gist bevat, worden gekneed tot een goed deeg. Dit beslag wordt in bakovens en handbakovens plat gebakken. De grote ronde koeken worden, wanneer afgebakken, in rekjes gezet om af te koelen. Dit gaat natuurlijk snel omdat ze heel dun zijn. Om niet te breken worden ze in een bevochtigingsruimte geplaatst en daarna uitgesneden of uitgestanst. Vroeger gebeurde dit met de hand, tegenwoordig zijn daar speciale machines voor.
Sommige hosties worden met een afdruk gebakken; hiervoor bestaan geen voorschriften. Ook de grote hosties voor de priester zijn voorbewerkt met een breukgleuf en een gleufje om een stukje af te breken.
Nadat de hosties zijn uitgestanst, komen ze in een machine om de beschadigde hosties eruit te selecteren. Daarna gaan de hosties in grote kratten om vervolgens te worden afgewogen en in bussen te doen. De bussen worden luchtdicht afgesloten zodat de hosties lang vers blijven. Daarna gaan er stickers op en worden de bussen verzegeld. Nu is het nog gewoon ouwel; niet te verwarren met eet- of snoeppapier in een fabriek gebakken. Pas als het brood door een priester is geheiligd, spreken we van een hostie.
In het buitenland zijn er al hosties met een smaakje, ondanks de regelgeving van de Raad van Liturgie.
Na de consecratie wordt de hostie bewaard in een pyxis (rond meestal zilver doosje) of ciborie (kelk met deksel), die in de tabernakel worden geplaatst.
Om te zorgen, dat mensen met glutenintolerantie (coeliakie) toch te communie kunnen gaan, levert de Vlaamse Coeliakievereniging bij de hostiebakkerij bloem aan die zo onnoemelijk weinig gluten bevat, dat het verdragen wordt en toch voldoet aan de voorwaarden van het Vaticaan. In bisdom Hasselt kunnen glutenvrije/glutenarme hosties worden besteld bij het PIC (Pastoraal Informatiecentrum). Deze hosties dienen apart gehouden te worden van de andere hosties.
Mensen met tarweallergie wordt aangeraden de communie uitsluitend via de kelk met wijn te ontvangen.
Op het moment dat we rechtopstaand, met geopende handen een hostie krijgen, openen we ons hart voor Jezus en anderen. We geven daarbij aan een lijdende medemens te willen helpen, de lasten van een ander te willen dragen, onrecht te willen bestrijden. Met het Lichaam van Jezus ontvangen we kracht om dat alles te doen. En als er momenten zijn waarop we dat niet voelen, is dat ook oké. We zijn ook ‘maar’ mens; we mogen ‘zijn’ en groeien (in Heiligheid) op Gods Akker.

Adventskrans

Het maken van een krans stamt al uit de tijd van de Germanen. Zij waren afhankelijk van de (grillen van de) natuur. Rond 22 december leek het of de zon niet meer werkte; het was koud en donker, de voorraad van de oogst minderde. Daarom besloten de Germanen uit respect voor de zon het werk neer te leggen. Symbolisch werd een wagenrad met groene takken, vruchten en zaden versierd en aan het plafond gehangen. Ze konden niets anders dan hopen dat en wachten tot de zon terugkeerde. Grote vuren werden ontstoken om licht en warmte te geven, mensen, huis en haard grondig te reinigen en boze geesten af te weren. Het midwinterfeest, Jul genaamd, was een feit.

De Romeinen vierden een soortgelijk feest. Op 25 december herdacht men de geboortedag van lichtgod Mithras. In een optocht droeg men beelden van een pasgeboren kind. De dood van het oude jaar en de geboorte van het nieuwe jaar werden gevierd, een week lang. Huizen werden versierd met hulst en klimop voor Saturnus, de god van de landbouw en zaaitijd. Cadeautjes werden – vooral aan kinderen – uitgedeeld. Men ging al feestend het licht tegemoet.
De Midwinter werd eveneens door de Kelten gevierd. Op Joel (nieuwjaarsdag) begon een nieuw wiel (Joel) van het jaar; de god (zon) werd geboren uit de godin.

Paus Julius I ergerde er zich aan dat heidenen één of andere god eerden door te feesten. Hij verklaarde in het jaar 330 de 25ste december als geboortedag van Jezus. Want Christus is het ‘licht der wereld’. De ronde krans werd een symbool voor Jezus.
Kloosterlingen namen het gebruik van de krans over. In de donkere winterse dagen brachten de kransen met kaarsen licht in de donkere ruimten. Met Kerstmis werd de krans omhoog getrokken als kroonluchter.

Als een kind wordt geboren, kijkt men met ongeduld en vreugde uit naar de geboorte. Zo is de Advent ontstaan. Op de vierde zondag vóór Kerstmis wordt de komst van Jezus al gevierd; Advent komt van het Latijnse woord adventus (hij die komt). Op de adventskrans wordt de eerste kaars ontstoken en dan begint ook het nieuw kerkelijk jaar. In de liturgie vormen Advent, Kerstmis, Onnozele (Onschuldige) Kinderen (28 december), het Feest van de Heilige Familie (zondag tussen kerst en nieuwjaar), Driekoningen/Epifanie (6 januari) en het Doopsel van Jezus (zondag na 6 januari) samen de Kerstkring. Wij katholieken weten dus ook wel te feesten 😉. Hoewel, vroeger waren er gedurende deze zes weken vastendagen. Tegenwoordig vasten veel mensen in het nieuwe jaar als goed voornemen en om de overtollige kilo’s van het overvloedige eten kwijt te raken …

Het gebruik van de kleuren rood en groen tijdens deze kerstperiode is goed te verklaren: groen staat natuurlijk voor de natuur, hoop op nieuw leven en rood voor leven, bloed, liefde en hartstocht. Om de groene takken wordt vaak een rood lint gewikkeld, dat staat voor eeuwige levensstroom.
Iedere zondag vóór Kerstmis wordt een nieuwe kaars gebrand, wat toename van het licht symboliseert.
Eigenlijk zouden er drie paarse kaarsen (de kleur tijdens de Advent) moeten zijn en één roze. Op de derde Adventszondag brandt dan de roze kaars en wordt het Gaudete (verheugt u) gezongen. Met Kerst kan dan een witte kaars – eventueel in het midden van de krans – worden aangestoken.
Als je echt van donker naar licht wilt werken, kunnen de kaarsen (liturgisch gezien) ook van diepblauw, via groen en oranje naar geel. Of van donker naar licht blauw. Zo wordt het behoorlijk kleurrijk. Of van kleine kaars naar grote kaars. En jij doet natuurlijk wat jijzelf mooi vindt, waar jij blij van wordt, wat jou het meeste aanspreekt om op de komst van Jezus Christus te wachten …

Amen

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest … AMEN
Het woord stamt af van het Hebreeuwse werkwoord Amam, dat geloven betekent en in het Nieuwe Testament staat. Dit zou voor ons enigszins misleidend kunnen zijn, aangezien wij geloven ondergeschikt maken aan weten. In de bijbel is geloof echter de hoogste vorm van zekerheid. Als je het in deze context bekijkt, betekent amen ‘het is zo’ of ‘het zij zo’. 
Door een gebed af te sluiten met amen bevestig je dat je het eens bent met wat net daarvoor is gezegd. 
Het Hebreeuwse woord amen is overgenomen in het Grieks (van het Nieuwe Testament), daarna in het Latijn en vervolgens in andere talen. Daarmee is amen misschien wel het meest universele woord dat er bestaat. Ook joden (in de Thora) en moslims (in de Ahadith) gebruiken het woord amen. In het Arabisch is het amin. Het woord heeft in de bijbel een stelligere betekenis dan daarbuiten. Als iemand na zijn toespraak een Amen? aan zijn publiek vraagt, dan nodigt hij de mensen uit om het ermee eens te zijn. Dat is een afgezwakte vorm.
Waar het woord amen oorspronkelijk vandaan komt, is niet geheel zeker. Het zou een afgeleide kunnen zijn van Amon-Ra, de Egyptische zonnegod. Deze god was een samenvoeging van Amon (god) en Ra (zon of licht) en kreeg later de naam Amman. Een ritueel of meditatie werd beëindigd met Amon-Ra. Ook werd er een zegen gevraagd van deze god om een daad kracht bij te zetten. Het is wel vaker gebeurd, dat een oud (heidens) gebruik, is gekerstend. Of het zou kunnen komen van het Hebreeuwse El Melech Neëman, hetgeen trouw aan de koning (God) betekent. De Hebreeuwse letters mn duiden op steunen, bevestigen. En wie weet is het een verbastering van het oud-Griekse woord Omega, de laatste letter van het Griekse alfabet, in de betekenis van Jezus’ uitspraak: Ik ben de Alfa en de Omega (de eerste en de laatste). 
In het evangelie volgens Johannes staat amen aan het begin van een verklaring en dan heeft het woord de betekenis van voorwaar of waarlijk. Dan is dit inleidend woord bedoeld om de lezer of toehoorder te laten weten, dat het zeker zo zal gebeuren. 
Verder wordt amen in de bijbel gebruikt als synoniem voor God en dan in de betekenis van de waarheid. 
Amen.