Weest niet bang | weekend 20-21 juni

Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die en ziel en lichaam in het verderf kan storten, in de hel.

Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet een mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs iedere haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen. 
(Mt. 10,28-31)

‘Weest niet bang’: met deze woorden spreekt Jezus de apostelen, maar ook ieder van ons toe. Als we het gaan tellen, dan is er in de bijbel op 365 plaatsen sprake van ‘vrees niet’ en ‘wees niet bang’. Bij wijze van spreken voor elke dag een aanmoediging om niet te vrezen of bang te zijn. Dit is ook nodig want de vrees zit diep in ons, zeker in deze coronatijden, maar ook al daarvoor.

De vrees en de angst zitten ons in het bloed. We merken dat aan zoveel kleine dingen. Aan het angstvallig sluiten van ramen en deuren, aan het stevig vasthouden van de handtas, aan ons rijgedrag dat bijgestuurd wordt als er politie in de buurt is. 

We merken het ook aan de vele verzekeringspolissen die wij afgesloten hebben tegen diefstal, brand en waterschade, tegen ongevallen … Wij hebben daar bovenop nog één of meerdere levensverzekeringen. Aan de poging om zelfs het eigen leven te verzekeren; welke bestaansangst ligt hiervan aan de basis?

Bedreigd voelen

Blijkbaar voelt de mens zich door zeer veel bedreigd: duistere toevalligheden, een weerbarstige natuur, de boze medemens, de spookrijder, de dronken man aan het stuur en zoveel meer. Dat is nog maar de buitenkant der dingen. De vrees zit ook diep in ons. Wij zijn bang om ons werk te verliezen. Wij zijn bang voor de beslissende examenproef. Wij zijn bang dat de energiefactuur in de toekomst onbetaalbaar wordt. Wij zijn bang van elkaar. Dat de andere mens kwaad zal worden. Soms zijn we zelfs bang van onszelf. Dat wij op een onbewaakt moment een grote dwaasheid zouden begaan en dat de anderen het zouden weten. 

Dit alles maakt ons verkrampt. Uiteindelijk zijn wij bang om langdurig ziek te worden en om te vroeg te moeten sterven. 

Maar de allerdiepste angst van mensen is misschien wel de ‘verlatingsangst’. Deze angst zien we heel duidelijk bij heel jonge kinderen, die moeten leren dat hun mama of papa niet altijd bij hen is. Maar in feite laat die verlatingsangst ons nooit los. Ook al leren we er mee omgaan, we blijven een diepe angst hebben om vergeten en alleen gelaten te worden door geliefden in het leven.

Over onze fundamentele angst in het leven gaat het evangelie. Tot de apostelen wordt gezegd: ‘Wees niet bevreesd voor hen die alleen maar het lichaam kunnen doden.’  Betekent dat niet dat medemensen eventueel in het leven wel veel kapot kunnen maken, maar dat ze finaal onze binnenste kern niet kunnen verwoesten?  Betekent dat niet dat wij in goede bewaring zijn gegeven en dat altijd Iemand de hand boven ons hoofd houdt? Betekent dit niet dat er altijd Iemand is die aan ons denkt en ons nooit alleen zal laten, wat er ook gebeurt in het leven? Betekent dat niet dat de dood niet onze laatste vijand is, omdat God onze eerste bondgenoot en vriend is? 

Omnium verzekerd

Als het christendom iets te bieden heeft aan de hedendaagse mens, dan is het deze boodschap: ‘We hoeven niet bevreesd te zijn, ook niet in deze corona-tijd. Want wij zijn tot een onbevangen vrijheid geroepen, omdat we steeds mogen leven onder de beschermende hand van God. In zijn hand is ons leven altijd geborgen.’ Om het in verzekeringstermen te zeggen, zijn wij bij God voor altijd ‘omnium-verzekerd’. De verzekeringssector zou geen mooiere slogan om reclame te maken kunnen bedenken dan deze die het evangelie suggereert: ‘Wees gerust, slaapt op beide oren. Want zelfs ieder haar van uw hoofd is geteld.’

Goed God, wanneer we overspoeld worden door velerlei onheilsberichten, dan krijgt de angst ons in zijn greep. Spreek dan tot ons uw rustgevende woorden: ‘Weest niet bang. Ik ben altijd bij u. Ieder haar van uw hoofd is geteld.’ Amen.