Over water lopen | weekend 8-9 augustus

Onmiddellijk hierop dwong Hij zijn leerlingen in de boot te gaan en alvast naar de overkant te varen, terwijl Hij het volk naar huis zou zenden. 

Toen Hij het volk had weggezonden, ging Hij de berg op om in afzondering te bidden. De avond viel en Hij was daar alleen. De boot was reeds vele stadiën uit de kust en werd geteisterd door de golven, want zij hadden tegenwind. In de vierde nachtwake kwam Hij te voet over het meer naar hen toe. Maar toen de leerlingen Hem zo over het meer zagen gaan, raakten zij van streek omdat zij een spook meenden te zien en zij begonnen van angst te schreeuwen. Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: “Weest gerust. Ik ben het. Vreest niet.” “Heer”, antwoordde Petrus, “als Gij het zijt, zeg mij dan dat ik over het water naar U toe moet komen.” Waarop Jezus sprak: “Kom!” Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij merkte hoe hevig de wind was, werd hij bang; hij begon te zinken en schreeuwde: “Heer, red mij!” Terstond stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast, terwijl Hij tot hem zei: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” Nadat zij in de boot gestapt waren, ging de wind liggen. De inzittenden wierpen zich voor Hem neer en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.” (Matteüs 14,22-33) 

Christen-zijn

Laten we dit evangelie eens herlezen als het verhaal van ieder van ons, die als christen probeert te leven.

Christen-zijn is: in een bootje stappen, je oriënteren op de woorden en waarden van het Evangelie, en daarmee koers zetten naar de overkant, in het geloof dat dit je leven zinvol en gelukkig maakt.
Dat is zo voor ieder van ons: we zijn gelovig opgevoed, en hebben ook zelf de keuze gemaakt om het geloof een plaats te geven in ons leven.
Het evangelie vertelt dat ieder mens, die dit geloofsavontuur aandurft, vroeg of laat terechtkomt in een storm van duisternis en twijfel: de wind zit tegen, je raakt nog amper vooruit …
Je probeert als christen te leven, maar plots overvalt je de twijfel of je met die zachte waarden wel iets kan bereiken in deze harde wereld …
Of: je hebt je geloof proberen door te geven aan je kinderen, maar die hebben er blijkbaar geen boodschap aan.
Of: iemand van wie je veel houdt wordt ziek en lijdt en – hoe je ook bidt – het gaat van kwaad naar erger.
En het ergste is wellicht nog dit: op dat moment lijken God en Jezus eindeloos ver weg.

Ik ben er

Het evangelie getuigt dat mensen net op dat dieptepunt van angst en twijfel, Jezus’ aanwezigheid hebben ervaren.
De kern van hun ervaring is: Jezus laat voelen “Ik ben er”. Dat is de godsnaam “Jahwe”: “ik zal er voor jullie zijn, altijd”. Als we dreigen te verdrinken in onze angsten en twijfels, is er zijn uitgestoken hand.
We kunnen dat ervaren in een luisterend oor van een medemens, een helpende hand, een schouderklop … of in de stilte van ons hart als we ondanks alles proberen te bidden.

Een verdiept vertrouwen

Hopelijk hebben wij allen ook dit reeds mogen ervaren. Want – zo besluit het evangelie – dan kan je weer verder in je leven, met Jezus mee aan boord. Dan kan je met nieuwe moed en vooral een verdiept vertrouwen je vaart doorheen het leven verder zetten …

Heer onze God, Gij houdt uw Woord: 
Gij blijft ons trouw door alles heen.
Kom ons ongeloof te hulp, 
laat niet toe dat wij ten onder gaan in twijfel.
Neem ons bij de hand 
en laat ons uw reddende Aanwezigheid ervaren,
vandaag en alle dagen van ons leven.