Maria, Moeder Gods | 1 januari

In het Weesgegroet spreken we Maria aan met Moeder Gods. En op 1 januari – nieuwjaarsdag – viert de kerk het feest van Maria, Moeder Gods.
Ook al denken mannen daar meestal anders over, toch spelen vrouwen maar al te vaak een beslissende rol in het leven. In 2026 zal dit ook niet anders zijn. Ook in het verleden en in de heilsgeschiedenis van God met de mens spelen vrouwen een prominente rol. De Farizeeën en Schriftgeleerden – mannen dus – dachten dat zij Gods heil zouden kunnen doorgronden door de bestudering van de Schriften en het strikt naleven van de Joodse wetten.
Elisabeth en Maria
Het zijn in het Nieuwe Testament echter twee vrouwen die Gods heil aan den lijve mochten ervaren. Deze twee vrouwen zijn Elisabeth en Maria. Beiden verwachten een kind. Wonderlijk, maar op zich toch niets speciaal. Want doorheen de geschiedenis zijn al miljarden vrouwen zwanger geworden. Het speciale zit in wat over deze twee kinderen wordt gezegd. Beiden – Johannes de Doper en Jezus – zullen ten volle aan God toebehoren. Zij zullen dragers worden van Gods heil: Johannes de Doper als aankondiger van dit heil en Jezus, als drager van dit heil, wanneer Hij in uiterste liefde zijn leven zal wegschenken.
Wees gegroet
De woorden, die de engel Gabriël over deze kinderen spreekt, maken deze kinderen en dus ook de zwangerschappen van Elizabeth en Maria heel bijzonder. Zo bijzonder dat in de Kerk de Bijbelse gebeurtenissen rond deze zwangerschappen verwerkt werden tot een gebed.
Een gebed dat wij allen zeer goed kennen, namelijk het Weesgegroet. Het eerste gedeelte van het Weesgegroet zijn de woorden van de engel Gabriël uit het Lucasevangelielezing: “Wees gegroet, vol van genade, de Heer is met u.”
Woorden van vreugde, hoop en verwachting
Het vervolg van dit gebed zijn de woorden van Elisabeth aan haar zwangere nicht Maria: “U bent de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot (uw lichaam).”
Deze woorden herhalen wij telkens opnieuw bij het bidden van het Weesgegroet. Het zijn woorden van vreugde, hoop en verwachting, die we telkens opnieuw herhalen. Door het bidden van die woorden mogen wij – met geheel ons hart – delen in de vreugde, hoop en verwachting van Maria. En komt, zoals bij Maria, geheel ons hart open te staan voor God.
Antidotum
Door het Weesgegroet heel vaak te herhalen – zoals bijvoorbeeld in het Rozenkransgebed – opent ons hart zich voor de vreugde, de hoop en de verwachting van Gods heil, van Gods liefde, van Gods nabijheid. Dit herhalende gebed is als het ware een antidotum of een tegengif. Een antidotum of een tegengif voor de wanhoop in onze samenleving en vaak ook in ons eigen leven. Het is een antidotum voor een wereld die vandaag vergiftigd wordt door concurrentie, oorlog en religieus geweld.
Het Weesgegroet brengt ons hart tot rust, wanneer wraakgevoelens in ons eigen hart opduiken. Het Weesgegroet is een antidotum voor de jaloezie, de na-ijver of het egoïsme in het eigen hart. Want wij allen zijn ‘arme zondaars’.
Smeekbede
Vandaar dat het derde deel van het Weesgegroet een smeekbede is. Een smeekbede – via Maria – tot God. Vertrouwvol mogen we telkens opnieuw in 2026 aan de Moeder Gods vragen: “Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.”
Wees gegroet Maria,
vol van genade.
De Heer is met u.
Gezegend zijt gij boven alle vrouwen,
en gezegend is de vrucht van uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria,
Moeder Gods,
bid voor ons, arme zondaars,
nu en in het uur van onze dood.
Amen.