Goede gids en herder

Goede Herder – dekenaat Genk

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open.

De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen. Allen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden. De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen; Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten en wel in overvloed. (Johannes 10, 1-10)

Herder als leider van het volk

Het beeld van de goede herder die zorgt voor zijn schapen, is een klassiek verhaal waarmee we vandaag minder vertrouwd zijn. In de wereld en in de taal van de Bijbel waren de herders de leiders van het volk. Ze werden zo genoemd omdat men van hen verwachtte dat ze niet zouden uit zijn op macht en rijkdom, maar dat ze alles zouden doen om alle middelen te gebruiken voor het welzijn van de mensen. Maar vele politieke en religieuze leiders hebben hun ambt niet zo uitgeoefend. 

Schapen, schaapherders, schaapskooien

Vele profeten hebben hun kritiek op Jezus niet gespaard. En Jezus deed niet onder voor die profeten. Hij trok even sterk van leer tegen de Farizeeën. En vandaag zegt Jezus: “Ik ben de deur van de schapen”. Schapen, schaapsherder en schaapskooien, dat zegt ons in deze tijd wellicht niet zoveel. Een enkele keer zie je nog wel eens een herder met vele grazende schapen. In de tijd van Jezus waren er heel wat herders en kuddes, en er was ook heel wat gevaar van roofdieren en dieven die helemaal geen goede bedoelingen hadden.

Deuren in ons leven

Daarom werd de kudde ‘s nachts in kooien ondergebracht. Een herder bewaakte ze en ‘s morgens werd hij afgelost en werd de kudde losgelaten. Het is over die deur (van de kooi) dat Jezus spreekt. Hijzelf is de deur die veiligheid biedt aan de schapen en de herders. Veilig en betrouwbaar. Die deur wil Hij ook voor ons zijn. En dat is goed, want er zijn zoveel deuren in ons leven. 

De deur van het geloof

Deuren waarlangs we de weg van ons leven gaan. De weg van onze relatie, van ons huwelijk, van ons gezin, van ons werk en school, van ons samenleven. Is dat een weg die we alleen maar met vreugde kunnen bewandelen of is het soms of misschien wel vaak een moeilijke of onmogelijke weg? Zijn we altijd op die weg kunnen blijven of zijn we soms verdwaald? Misschien omdat we niet door de juiste deur zijn binnengegaan, niet door de deur die Jezus voor ons is. Of hebben we de deur gekozen die ons de weg wijst naar bezit en macht, de weg die leidt naar eigen voordeel? Misschien nemen we best de deur van het geloof, met Jezus als goede gids en herder. De Goede Herder die ons draagt in alle momenten van het leven.

Heer God, 
we danken U voor Jezus, 
de Goede Herder.
Help ons om zijn Stem te herkennen
en Hem te volgen, dag na dag, ons leven lang. Amen.

diaken Julien Beckers