Gebed als verbindende kracht | weekend 16-17 mei

volharden in gebed – dekenaat Genk

Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: “Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke. Gij hebt Hem immers macht gegeven over alle mensen om eeuwig leven te schenken aan allen die Gij Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus.

Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen. Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond. Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. U behoorden ze toe; Mij hebt Gij ze gegeven en zij hebben uw woord onderhouden. Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt. Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld, heb Ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren.  Al het mijne is van U en het uwe is van Mij. Zo ben Ik in hen verheerlijkt.  Ik blijf niet langer in de wereld, zij echter blijven in de wereld, terwijl Ik naar U toe kom. Heilige Vader, bewaar in uw Naam hen die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn zoals Wij. (Johannes 17,1-11a)

Bezinnend woord

Zondag na zondag mogen wij luisteren naar een verhaal uit het evangelie. Deze zondag is het Jezus die een bezinnend woord spreekt. Als je het verhaal leest, heb je de indruk dat er weinig te beleven valt. Maar wie met een gelovend hart naar deze woorden luistert, ervaart dat in de diepte meer te beleven is. De laatste ontmoeting die je met iemand mag hebben vlak voor zijn dood, is vaak heel kostbaar. De laatste woorden en gebaren blijven je bij, nooit vergeet je ze. Afscheidsmomenten zijn de hardste, maar vaak ook de mooiste van een mensenleven.

God, Jezus en de mensen

Jezus bidt bij zijn afscheid. In dit gebed wordt alles één, en worden allen één: God, Jezus en de mensen. Als Jezus bidt, is Hij heel dicht bij de Vader, en dicht bij de mensen. Ons achterblijven in de wereld is geen alleen gelaten worden. We ervaren in het echt christelijke gebed een diepe verbondenheid met God, met Jezus, met onze medemensen. Bidden doe je nooit alleen. Als je bidt, is God je heel nabij. Vandaag leren we echt bidden: dat is het egoïsme van het enge vragen voor jezelf openbreken en gaan bidden voor de intenties van Jezus. Je gebed in de stilte van je leven en misschien in het gezin, maar ook ons gebed in de parochies en in de wereldkerk moet biddend gekoppeld zijn aan een diepmenselijke solidariteit.

Een nieuw Pinksteren

Mensen zullen pas echt opnieuw bidden, wanneer ze zich weer kunnen herkennen in Jezus, in elkaar, als broers en zussen. In deze tijd tussen Pasen en Pinksteren bidden wij in de Geest zoals Jezus heeft gebeden. We bidden opdat de Geest van Christus, die de eerste Kerk mocht bezielen, ook in onze Kerk ontvankelijke medewerking mag vinden. Een nieuwe aanzet tot een nieuw begin. Een nieuw Pinksteren.

God en Vader, 
niemand heeft U ooit gezien,
maar uw Zoon Jezus
heeft ons uw liefde leren kennen.
Hij is het leven en het geluk voor onze wereld.
Hou ons samen in zijn naam:
dat wij U verheerlijken in alles wat wij doen,
elke dag van ons leven. Amen.

diaken Julien Beckers