Emmaüsgangers | weekend 18-19 april

Toen kwamen de twee leerlingen, die op weg waren naar Emmaüs, bij het dorp aan waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: ‘Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven.
Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Jezus verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar: ‘Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?’ Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Deze verklaarden: ‘De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.’ En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood. (Lucas 24, 28-35)
Mensen onderweg
Het verhaal van de Emmaüsgangers is van alle tijden en herkenbaar in ons eigen leven. Ook vandaag ontmoeten we mensen die teleurgesteld zijn in het leven, in mensen op wie zij hun hoop gesteld hadden, met wie zij zich innig verbonden voelden. Misschien heb ik zelf wel iets van die teleurgestelde. Die Emmaüsgangers, dat zijn wij. Wij zijn allemaal mensen onderweg, van gisteren naar morgen, van Jeruzalem naar Emmaüs. En als je onderweg bent, kan het soms een enorme verademing zijn of een deugddoende ervaring, als er iemand met je meeloopt, iemand die tijd en aandacht voor je heeft, om te luisteren naar je verhaal van ontgoocheling en onmacht. Iemand die met je meeloopt, een korte of langere tijd, iemand die niet meteen zijn eigen verhaal begint te vertellen, maar die je laat uitpraten, die je laat voelen dat hij met je meedenkt en meevoelt.
Nieuwe hoop
Een vreemde wordt vriend. Soms ontstaat er aan tafel een dieper gesprek zoals op die avond onderweg. En plots gebeurt het: een nieuwe hoop groeit. En misschien vragen we ons wel af: heel mooi allemaal, maar wat heeft dit nu met Pasen te maken, met ons geloof in Jezus, de verrezen Heer? De Emmaüsgangers waren blij met de vreemdeling die met hen meeliep, die aandacht voor hen had en ze een hart onder de riem stak. Op dat moment dachten ze niet aan Jezus, maar het werd hun wel warm rond het hart, ze werden van binnen door iets geraakt, ze herkenden iets zonder te beseffen wat. Dat werd hun later pas duidelijk.
Paasgeloof
En ze wilden die vreemdeling niet laten gaan: blijf bij ons, het is al avond. Moedeloos hadden ze Jeruzalem verlaten, maar vol levensmoed keerden ze terug. En overal waar gehandeld wordt in zijn geest, gebeurt het verhaal van de Emmaüsgangers. Overal waar mensen echt mede-mens zijn, daar komt Jezus weer tot leven. Dat is ons paasgeloof, een geloof dat ons in beweging kan en moet zetten.
Goede God, zoals de Emmaüsgangers mogen wij Christus herkennen in het breken van het brood. Leer ons ook ons brood te delen met medemensen in het dagdagelijkse leven. Amen.
diaken Julien Beckers