Eén-nul voor Jezus | weekend 17-18 oktober

zaligsprekingen – dekenaat Genk

Toen gingen de Farizeeën onder elkaar beraadslagen hoe ze Hem in de val konden laten lopen. Zij stuurden hun leerlingen met de Herodianen op Hem af met de vraag: “Meester, wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God in oprechtheid leert; 

en Gij stoort U aan niemand, want Gij ziet de mensen niet naar de ogen. Zegt ons daarom: Wat dunkt U, is het geoorloofd belasting te betalen aan de keizer of niet?” Maar Jezus doorzag hun valsheid en zei: “Waarom probeert gij Mij te vangen, gij huichelaars? Laat Mij de belastingmunt eens zien.” Zij hielden Hem een denarie voor. Hij vroeg hun: “Van wie is deze beeldenaar en het opschrift?” Zij antwoordden: “Van de keizer.” Daarop sprak Hij tot hen: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.” Toen zij dit hoorden, stonden zij verwonderd; zij lieten Hem met rust en gingen heen. (Matteüs 22,15-21)

Een gewiekste vraag

Het evangelie van dit weekend heeft veel weg van een debat uit “De Zevende Dag”. Een gewiekste journalist stelt een kritische vraag die de geïnterviewde in een lastig parket brengt. Maar deze weet zich eruit te redden met een kwinkslag, een briljante inval waarmee hij zichzelf buiten schot zet en de journalist in zijn hemd zet. We kunnen ons al het leedvermaak van de toehoorders voorstellen, toen Jezus zijn geduchte vijanden, de Farizeeën, een hak zette. “Eén – nul voor Jezus”, zouden wij zeggen. 

Een praktische leefsleutel

Maar was het Jezus wel echt te doen om zijn vel te redden of om zijn tegenstanders in hun hemd te zetten? In zijn antwoord zit veel meer.
Jezus geeft een antwoord dat we voor ons, christenen, als een praktische leefsleutel kunnen beschouwen, zeker in een samenleving die sterk pleit voor een scheiding tussen Kerk en staat. Wat moeten we als christenen bijvoorbeeld doen met nieuwe wetten die haaks staan op onze geloofsovertuiging? Aan wie moeten wij dan het meest gehoorzamen: aan God of aan een democratische meerderheidswet?

Wetten respecteren

We beseffen allemaal dat een samenleving maar kan functioneren als er wetten en regels zijn die door de burgers gerespecteerd worden. Er is een instantie nodig die de wetten uitvaardigt en sanctioneert. In Jezus’ tijd was dat de keizer. In onze tijd is dat de overheid, de staat, de regering en het parlement. Christenen dienen deze instanties te gehoorzamen voor zover zij het recht in het algemeen en in het bijzonder het recht van de zwakken en de vrede garanderen. Vaak werken christenen er zelfs actief aan mee. Denken we maar aan politieke partijen die zich vanuit een christelijke inspiratie profileren.

Kritische medeburgers

Hoever gaat echter deze gehoorzaamheid aan keizer en wet?
Er zijn zaken die van de overheid zijn, maar ook zaken die van God zijn. Indien de overheid zichzelf tot God verheft, overschrijden ze hun grenzen. Gehoorzaamheid aan hen leidt tot een verloochening van God. 
Gelukkig leven we in België in een democratische samenleving. De waarde hiervan is niet te onderschatten. Want een democratie geeft aan christenen enorm veel speelruimte om hun eigen geloofsovertuiging uit te bouwen en te beleven. 
In zo’n staat als de onze is het dan niet zo moeilijk om loyale burgers te zijn en “aan de keizer te geven wat hem toekomt”. Dat neemt nochtans niet weg dat we vanuit onze christelijke overtuiging wél kritische medeburgers moeten zijn … want we hebben steeds de opdracht om ook aan God te geven wat God toekomt!

Geef aan God wat God toekomt

Er zijn zaken die van de overheid zijn, maar ook zaken die van God zijn. 
Een duidelijk voorbeeld: ‘het recht op leven voor ieder mens’. Voor ons christenen is dat een onaantastbaar en goddelijk gebod. 
Daarom verdedigen christenen het menselijk leven in al zijn fasen, vanaf het prille begin tot aan het ultieme einde. En dus heeft het recht van zieken en stervenden op palliatieve zorgen voor ons voorrang op het recht op euthanasie. 
Voor ons is het belangrijk dat stervenszieke mensen liefdevol en tot het einde toe worden verzorgd. Voor euthanasie hebben wij het grootste voorbehoud; ze kan hoogstens een ultieme noodoplossing zijn.Het is daarom goed om te weten dat de huidige euthanasiewet, euthanasie wel toelaat en de uitvoerders niet meer vervolgt, maar deze wet verplicht niemand om daaraan mee te werken. Dit laatste is voor ons christenen belangrijk.

Onderscheid maken

De gedachte “Geef aan de keizer wat aan de keizer toekomt en aan God wat aan God toekomt.” is veel belangrijker, dan op het eerste gezicht lijkt. 
Dit principe biedt voor ons christenen juist de ruimte en de vrijheid voor denken en doen, en dit in een maatschappij die meer en meer afstand doet van het christelijke gedachtegoed. 
Zoiets als bijvoorbeeld de huidige euthanasiewet is dan geen ramp: het maakt duidelijk dat wij een onderscheid dienen te maken tussen ‘wat de overheid zegt of toelaat’ en ‘wat God ons zegt’ en dat deze twee niet hoeven samen te vallen. Laten wij als christenen nadenken waar wij als christenen voor staan en voor kiezen … Want al wat de overheid zegt, komt daarom nog niet van God.

Goede God,
als christenen leven wij in de wereld.
Help ons hierin loyale medeburgers te zijn.
Maar help ons vooral
te ontdekken wat van U komt,
om vooral hieraan gehoor te geven. Amen.

priester Jos Vanderlee