Dag en nacht roepen | weekend 15-16 oktober

Jezus leerde zijn leerlingen in een gelijkenis dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen. Hij zei: ‘Er was eens in een zekere stad een rechter, die zich om God noch gebod bekommerde. Er was ook een weduwe in die stad die herhaaldelijk bij hem kwam met het verzoek: Verschaf mij recht ten opzichte van mijn tegenstander. 

Een tijdlang wilde hij niet, maar daarna zei hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij om God noch gebod, toch zal ik die weduwe recht verschaffen om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.’ En de Heer sprak: ‘Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt! Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en naar wie Hij genadig luistert? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen. Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?” (Lucas 18,1-8)

Een weduwe – in Jezus’ tijd een vrouw zonder enige rechten – smeekt een rechter, die zich om God noch gebod bekommerde om haar recht te verschaffen. Uiteindelijk na eindeloos aandringen gaat de rechter op haar verzoek in. Jezus besluit: “Zou God dan geen recht doen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem om hulp roepen en naar wie Hij welwillend luistert?”

Diepste verlangen

God luistert als een barmhartige Vader naar ons bidden. Hij luistert naar onze diepste verlangens van ons hart als wij die aan Hem voorleggen. Zo mogen wij telkens weer onze diepste verlangens uitspreken wanneer wij het Onzevader bidden. Wanneer wij bidden tot God die ons heel nabij wil zijn als een vader, als ‘abba’, als een papa en die tegelijkertijd heel verheven in de hemel is. Daarom spreken we God aan met ‘Onze Vader die in de hemel is’. 

Onzevader

Sommigen vinden de verdere tekst van het Onzevader een moeilijk tekst om te begrijpen met ons verstand. Maar we begrijpen de beden die volgen des te beter met ons hart. Een gemakkelijk trucje daarbij is: door voor elke bede van het Onzevader ‘ik verlang’ te plaatsen.

Ik verlang

Dan klinkt de eerste bede ‘uw naam worde geheiligd’ als volgt: ik verlang er ten diepste naar dat uw naam worde geheiligd. In een wereld waarin religieus extremisten zichzelf opblazen met bommen in de naam van hun eigen gemaakte god, wordt Gods heilige naam ontheiligd.

We mogen vervolgens bidden: uw rijk kome. Ik verlang ernaar dat uw rijk kome. Want de wereld – het aardse rijk van concurrentie en winstbejag – waarin we dagelijks leven is toch zo onzalig.

Ik verlang ernaar God dat uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Want we houden ons hart vast als de wil van iemand als de Russische president Poetin onverkort zou geschieden.

We mogen ook bidden voor dagelijks broodIk verlang naar dagelijks brood. Als men verantwoordelijk is voor het levensonderhoud van een gezin, dan moet er brood en zoveel andere dingen op de plank komen.

God, ik verlang ook naar vergeving van mijn schulden. Immers naarmate we ouder worden in het leven beseffen we ook meer en meer hoeveel we te kort schieten als vader, als moeder, als partner, als priester, als diaken, als gelovige …

Ik verlang dat ik kan vergeven aan mijn schuldenaren. Het allermoeilijkste in het leven is je vijanden beminnen. Misschien kan ik vandaag het kwaad dat mij is aangedaan nog niet vergeven, maar wie weet – met Gods hulp – misschien morgen of overmorgen wel of misschien nog later …. 

Zo verlang ik er ook naar om niet in beproeving gebracht te worden. We worden in het leven en vooral in ons engagementen beproefd, wanneer we op het punt staan om het goede op te geven. Wanneer we zeggen dat het genoeg geweest is. Dan komt het kwade al om de hoek kijken … Dan mogen we uit het diepste van ons hart zeggen: “God, Vader, ik verlang ernaar om niet in beproeving gebracht te worden”.

Ten slotte mogen we in het Onzevader bidden voor de verlossing van het kwade. In een wereld waar veel te veel aan kwaad is, mogen we verlangen naar verlossing. De nieuwsbeelden over oorlog in Oekraïne maken dit verlangen alleen maar groter.

Fundamenteel vertrouwen

Al deze verlangens van ons hart mogen we in het Onze Vader uitspreken, telkens en telkens opnieuw. Dan mogen we in ons hart ervaren dat onze diepste verlangens op een bepaald moment – omslaan – omkantelen – omkeren – in een fundamenteel vertrouwen. In ons hart mogen we dan voelen: ‘God, ik vertrouw erop dat uw Rijk kome. God, ik vertrouw erop dat uw naam geheiligd wordt. God, ik vertrouw erop dat uw wil zal gescheiden. God, ik vertrouw erop dat er dagelijks brood zal zijn …‘ Die weg van verlangen naar vertrouwen gaan, zoals de weduwe uit het evangelie, dat is oprecht bidden. 

Goede God, kom ons ongeloof te hulp, opdat wij opnieuw tot U roepen, dag en nacht, zonder te versagen. Amen.