Christus Koning | weekend 25-26 november

Christus Koning – dekenaat Genk

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie. Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken. De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand, maar de bokken aan zijn linker.

Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen: “Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld. Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht”. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden en zeggen: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? En wanneer zagen wij U als vreemdeling en hebben U opgenomen, of naakt en hebben U gekleed? En wanneer zagen wij U ziek of in de gevangenis en zijn U komen bezoeken?” De Koning zal hun ten antwoord geven: “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan”. En tot die aan zijn linkerhand zal Hij dan zeggen: “Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur dat bereid is voor de duivel en zijn trawanten. Want Ik had honger en gij hebt Mij niet te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij niet te drinken gegeven. Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij niet opgenomen, naakt en hebt Mij niet gekleed. Ik was ziek en in de gevangenis en gij zijt Mij niet komen bezoeken”. Dan zullen ook zij antwoorden en zeggen: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?” Daarop zal Hij hun antwoorden: “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij niet voor een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan”. En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.”
Matteüs 25,31-46

Christus Koning is een titel waar ik het toch wat moeilijk mee heb. Ik vind het een titel die helemaal niet bij Jezus past. Als ik het evangelie lees, zie ik een heel andere Jezus dan een koning. Ik denk dat Jezus niet gelukkig was met deze titel. Volgens mij stamt de titel ‘Christus Koning van het heelal’ uit de tijd van de pausen die tiara’s droegen, drie kronen boven elkaar, om hun macht te tonen, de tijd dat ook de Kerk een machtsinstituut was met een eigen staat. Maar dat past helemaal niet bij Jezus die van zichzelf heeft gezegd: ‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en mijn leven in dienst te stellen van anderen.’ Als Jezus zichzelf de ‘Goede Herder’ noemt, dan vind ik dat deze titel veel beter bij Hem past. Het begrip koning heeft doorheen de tijden ook wel een hele ontwikkeling doorgemaakt. 

Dienstbaar

Uiteindelijk was het koningschap bedoeld om dienstbaar te werken aan het welzijn van de onderdanen, met een speciaal oog voor de meest kwetsbaren, maar ook daar is een evolutie in gekomen.  Als Jezus ‘Koning’ mag genoemd worden, dan is het niet omdat Hij heerste, maar omdat Hij de mensen diende, vooral de zwaksten en mensen die werden uitgestoten. Misschien is er maar één manier om deze Koning te dienen: dat wij ook die mensen dienen die Hij diende: de kleinen en zwakken onder ons.

Uiteindelijk zal God, onze Koning, ieder de vraag stellen: ‘Hoe groot is de liefde van je hart voor de misdeelde mens die je op je levensweg hebt ontmoet?’ ‘Geef ik een boterham aan wie honger heeft? Verhuur ik mijn huis aan een vreemdeling? Bezoek ik een zieke in mijn straat? Bezorg ik warme kleren aan de arme in mijn buurt?’ 

Koning van het heelal

Christus wordt meer en meer de heer van heel de wereld waar christenen in het gelaat van de gekwetste, kleine mens de trekken van God zelf herkennen en door hun inzet de wereld maken tot zijn koninkrijk van liefde. Laten we op deze laatste zondag van het liturgische jaar het voornemen maken dat we willen leven naar de woorden en daden van Christus, Koning van het heelal. 

Heer Jezus, Christus Koning, 
laat uw Rijk groeien in deze wereld.
Geef ons de kracht om, naar uw voorbeeld, 
koninklijk te leven, door te geven en te delen, 
door lief te hebben en dienstbaar te zijn,
door voor elkaar te leven en niet enkel voor onszelf.
Ga voor ons uit op onze levensweg, 
zodat wij uw spoor kunnen volgen. Amen.

diaken Julien Beckers