Christenen en politiek

Op zondag 9 juni en op 13 oktober zijn er politieke verkiezingen. Wij mogen onze stem gaan uitbrengen. Christenen kunnen en mogen niet afzijdig blijven als het over politiek gaat. In een reeks van zes artikeltjes willen we nadenken over ‘christenen en politiek’.

De politieke liefde ~ publicatie op 2 mei
Kerk en Staat ~ publicatie op 9 mei
De rol van christenen in de politiek ~ publicatie op 16 mei
Politieke macht die dienstbaar wordt ~ publicatie op 23 mei
De opdracht van de politiek ~ publicatie op 30 juni
Stem … positief ~ publicatie op 6 juni

de teksten zijn geschreven door Ruddy Pareyns, pastoor-moderator in pastorale eenheid Sint-Franciscus Maasmechelen

De politieke liefde

In zijn wereldbrief Fratelli Tutti (Allen Broeders) spreekt paus Franciscus over politieke liefde. Op het eerste zicht is dit een zeer merkwaardig begrip. Gaan liefde en politiek wel samen? Liefde houdt immers belangloosheid in. Maar is de politiek niet het tegenovergestelde van belangloosheid, namelijk: partijdige belangverstrengeling?

Politieke liefde is, volgens Paus Franciscus, een vorm van naastenliefde. Naastenliefde is belangloos zorgen voor medemensen. Politieke liefde is belangloos zorgen voor medemensen door goede wetten te maken en een goed politiek beleid te voeren. Paus Franciscus verwoordt dit als volgt: Want een individu kan een persoon in nood helpen, maar wanneer hij zich bij anderen aansluit om sociale processen van broederlijkheid en gerechtigheid voor iedereen te creëren, betreedt hij het terrein van de grootste vorm van naastenliefde, de politieke liefde. Het is een kwestie van streven naar een sociale en politieke orde waarvan de ziel de sociale liefde is. Opnieuw roep ik op tot het in eer herstellen van de politiek, die een nobele roeping is. Ze is een van de meest waardevolle vormen van naastenliefde, want ze zoekt het algemeen welzijn.’

Door politieke liefde de ‘grootste vorm van naastenliefde’ te noemen doorbreekt paus Franciscus de gebruikelijk klaagzang in onze verzuurde samenleving over de politiek: ‘Ge kunt niet meer veilig op straat komen. Wij kunnen al die problemen van die arme landen toch niet oplossen. Europa, wie wordt daar beter van?’ Vervolgens gaat de klaagzang verder: ‘Zelfs aan de kleine criminaliteit wordt niets meer gedaan. Och kind, gij zult harder en vooral langer moeten werken dan ik; want de pensioenen zullen onbetaalbaar zijn.’ Uiteindelijk vervallen we met z’n allen in een vorm van fatalisme: ‘Niets aan te doen. Leg je er maar bij neer.’ En als refrein weerklinkt telkenmale: ‘Want al die politiekers denken alleen maar aan zichzelf. Het zijn allemaal zakkenvullers!’

lees verder

… In deze tijd waarin het wantrouwen in politici, in het politieke bestel en in de democratie toeneemt, moeten christenen durven om een ander verhaal te vertellen over de liefde voor de politiek, anders blijft enkel een verhaal van opgekropte vijandige gevoelens en haat over.

Die liefde voor politiek mag echter niet steunen op eigenbelang, maar is wezenlijk sociaal, want het is ‘een roeping om broederlijkheid en solidariteit te stichten’. Politiek engagement begint dan ook bij het geraakt zijn door het leed van medemensen, dat ons in beweging zet om de samenleving te veranderen. Dat vergt bewuste keuzes en moed om vaak tegen de stroom in te gaan.

Politieke liefde is ook een geneesmiddel tegen sociale eenzaamheid. Want zij is gericht op het verbinden en participatief betrekken van mensen, in het bijzonder van de meest kwetsbaren en stemlozen. Dat verbinden van mensen kan niet zomaar van bovenaf opgelegd worden, maar moet ook van onderuit gestimuleerd worden. En laat dat nu een wezenlijk onderdeel zijn van de opdracht de Kerk. Daarbij mogen we ons in onze superdiverse samenleving niet laten afschrikken door verschillen tussen mensen, maar kunnen we die net aangrijpen om onze menselijkheid te verdiepen. Volgens paus Franciscus is diversiteit dan ook geen bedreiging, maar een historische kans. Populistische partijen en politici daarentegen proberen juist stemmen te winnen door mensen en groepen tegen elkaar uit te spelen, bijvoorbeeld ‘christenen’ tegen ‘moslims’. Soms worden zelfs christelijke symbolen vanuit politieke hoek misbruikt als een wapen tegen mensen en groepen met een andere culturele achtergrond.

Kerk en Staat

Wanneer we nadenken over ‘christenen en politiek’, dan komt onmiddellijk de discussie over de scheiding van kerk en staat om de hoek kijken. Sommigen vinden dat dit twee van elkaar losstaande werelden zouden moeten zijn, waarbij geloof enkel iets zou zijn voor de persoonlijke leefsfeer.

Maar gelovigen zijn ook burgers, die bekommerd zijn om het goede leven en het goede samenleven van mensen. Doorheen de geschiedenis hebben christenen, omwille van hun christen-zijn, steeds opnieuw initiatieven genomen op het gebied van de gezondheidszorg, het onderwijs, op het vlak van armoedebestrijding. Zij hebben zich bekommerd over het lot van gevangenen, migranten en vluchtelingen. Automatisch zijn christenen dan ook actief op die maatschappelijke domeinen waar de overheid (de staat) wetgevend optreedt. Of men het wil of niet; er zal altijd gezocht moeten worden naar een gezonde verhouding tussen kerk en overheid. 

In de jaren ’80 en ’90 van vorige eeuw was er de sociologische verwachting – en voor sommige ook de ideologische wens – dat religies meer en meer zouden teruggedrongen worden tot enkel en alleen de privésfeer. Sinds de millenniumwisseling wordt echter een krachtige tendens zichtbaar om de religieuze identiteit, levensbeschouwing of overtuiging in de publieke ruimte te profileren. De hoofddoek bij jonge moslimvrouwen, maar ook de Romeinse boord bij jonge priesters, zijn tekens van deze nieuwe maatschappelijke bewustwording en verzet, zoals het lange haar in de jaren ’60 van de vorige eeuw dit was. 

lees verder

… Aan het begin van de 21ste eeuw lijkt religie een veelbesproken terugkeer te kennen. Deze terugkeer wordt door velen als een ‘maatschappelijke verrassing’ beleefd. Niet iedereen is gelukkig met deze ontwikkeling. De verdedigingsreactie om de verworvenheden van de Verlichting en van de rede veilig te stellen kon dan ook niet uitblijven. Het debat over scheiding van ‘kerk en staat’, ‘moskee en staat’ of ‘geloof en overheid’ is actueler dan ooit. De meningen zijn verdeeld en het debat over hoofddoeken is een politiek symbooldossier bij uitstek geworden. In Frankrijk bijvoorbeeld werd de exclusieve neutraliteit van de staat – bekend onder de Franse term laïcité’ – zeer heftig en principieel verdedigd. Een wettelijk verbod op hoofddoeken in het onderwijs in Frankrijk was het resultaat.

Ook al verbieden we de hoofddoek, geloof en religie zijn niet langer meer afwezig in de publieke ruimte. De publieke ruimte is een verzamelnaam voor drie soorten van openbaarheid in de samenleving: de staat, de politieke samenleving en de burgerlijke samenleving.

Als we ons beperken tot de politieke samenleving, dan is er waarschijnlijk een dubbele beweging nodig. Enerzijds moet in het publieke en politieke debat ruimte geschapen worden voor de religieuze argumentatie en de gelovige redelijkheid omtrent maatschappelijke standpunten en stellingnamen. Want in een democratie mag men niet bij voorbaat religieus geïnspireerde en gemotiveerde maatschappelijke opties uitsluiten. Anders zouden grote groepen van mensen, zoals overtuigde christenen en moslims, uit het democratisch debat gesloten worden. Dit is tegenstrijdig aan wat een open democratische discussie behoort te zijn.

Anderzijds moet er van de kant van religies ook openheid zijn tot reële dialoog met andersdenkende, andersgelovigen en niet-gelovigen. Er moet ook bij hen een vertrouwen zijn in – en geen afwijzing van – het politieke democratische debat. Hierbij is de bereidheid om naar elkaar te luisteren het belangrijkste. Al te vaak is een debat enkel een afwisseling van monologen en wordt er geen moeite gedaan om het standpunt van de ander grondig te begrijpen. Inderdaad, veel te vaak luistert men enkel om te kunnen antwoorden en niet om te kunnen begrijpen. De absoluutheid van de eigen waarheidsaanspraken kan enkel doorbroken worden door ze in relatie te brengen met de waardevolle inzichten van anderen. De kwaliteit van de relatie is hierbij cruciaal. Want verdraagzaamheid en openheid voor het politieke standpunt van anderen hebben evenveel met liefdevolle menselijke relaties te maken, als met het verwerven van nieuwe redelijke inzichten. Ook in de politiek bestaat de kunst erin om ‘het weten van het hart’ in harmonie brengen met ‘het weten van het verstand’.

De rol van christenen in de politiek

In het huidige samenlevingsklimaat dat negatief staat tegenover de politiek kan de christelijk geloofsovertuiging ‘zin’, ‘oriëntatie’ en ‘hoop’ geven aan het politieke handelen.

Christenen zijn mensen die leven vanuit een perspectief. Dit perspectief geeft zin en richting aan heel hun doen en laten; en bijgevolg ook aan hun politiek handelen. Christenen leven vanuit het perspectief dat ze, vrij en verantwoordelijk, geschapen zijn naar het beeld van God. Dat ze geroepen zijn om het scheppingswerk van hun Schepper zorgzaam verder te zetten. Waarbij zij beseffen dat elke mens op aarde als een kind van God moet gewaardeerd en gerespecteerd worden. Zoals Jezus dit heeft voorgeleefd. En dat zij, Jezus navolgend, op weg zijn naar de voltooiing op het einde der tijden. Vanuit dit grote perspectief willen christenen het huidige samenleven van mensen vormgeven.

Dit christelijk levensperspectief kan verder uitgediept worden in oriëntatiepunten waaraan we ons politieke handelen kunnen toetsen. 

Het allereerste oriëntatiepunt is steeds de waardigheid van de menselijke persoon. Alle wetten en maatregelen moeten in dienst staan van de promotie van de mens. De centrale vraag in de politiek is bijgevolg: ‘Hoe komt dit beleid ten goede aan de inwoners van de gemeente?’ 

lees verder

… Hierbij moet er vervolgens een speciale aandacht zijn voor de armen en voor mensen die zich aan de rand van de samenleving bevinden. M.a.w. aan wie komt het gemeentebeleid op de eerste plaats ten goede? Zijn dit de meest zwakken en kwetsbare in de gemeente? Zijn de diensten en voorzieningen die het beleid schept toegankelijk voor alle mensen? Hoe worden inwoners verder geholpen, als zij het financieel moeilijk hebben? Of speelt op gemeentelijk beleidsvlak het bekende Matteüseffect, waarbij de rijken rijker worden en de armen armer? ‘Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen worden zelfs wat hij heeft.’ (Mt. 25,29)

De aarde en de goederen van de aarde behoren immers allen toe. Zij hebben een universele bestemming. Daarom moet zelfs een gemeentebeleid een openheid hebben ten aanzien van de gehele wereld. Zulk een openheid stelt het beleid voor heel concrete vragen: ‘Jumeleren wij enkel met steden uit economisch sterke regio’s in de wereld of ook met een straatarm dorp in Afrika? Ondersteunen we de 11.11.11. – campagne? Wat is het gemeentelijk beleid ten opzichte van vluchtelingen en migranten in ons midden?’ Want migranten en vluchtelingen brengen de gehele wereld heel concreet ons dorp binnen. Eenzelfde soort vragen kan ook gesteld worden aan het Vlaamse, federale of Europese beleidsniveau.

Deze oriëntatiepunten veronderstellen ook een goede politieke cultuur. Waarbij de politieke macht steeds de vorm moet aannemen van dienstbaarheid en niet van overheersing. En waarbij overleg en dialoog centraal staan.

Ten slotte geeft het christelijk geloof hoop aan het leven. Deze hoop doorbreekt fundamenteel elk negativisme en pessimisme, ook omtrent de politiek. Want christenen leven vanuit de zekerheid dat God niets wat er aan liefde, goedheid en gerechtigheid gebeurt verloren zal laten gaan. Deze hoop is de basis voor een positief stemgedrag. Omwille van hun bezorgdheid omtrent de toekomst en het goede samenleven van medeburgers blijven christenen oog hebben voor een degelijk politiek beleid, voor goede politici en voor sociale programmapunten. Dit alles bepaalt het politieke handelen van christenen tot en met in het stemhokje op 9 juni en op 13 oktober.

Politieke macht die dienstbaar wordt

‘Macht’ is spontaan een verdacht woord in kerkelijke kringen, maar ook daarbuiten. Vaak terecht. Omdat we in de geschiedenis, in onze samenleving en ook in de kerk te vaak getuigen zijn geweest van machtsmisbruik en het onnodige lijden dat dit machtsmisbruik met zich mee heeft gebracht. Voorzichtigheid is steeds geboden, want macht kan steeds ontaarden in misbruik. 

Maar dit betekent nog niet dat ‘macht’ op zich verkeerd is. Denken we bijvoorbeeld maar aan ouderlijke macht. Is er een opvoedingsproces op school, in de jeugdbeweging of in het gezin denkbaar zonder ouderlijke macht?

En wat moeten wij christenen denken van Gods almacht? Waar deze goddelijke macht toe leidt is mooi verwoord in de brief van de apostel Paulus aan de christenen te Filippi: ‘Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijk met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mens gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan het kruis’ (Fil 2,6-8). 

De weg van Gods almacht is een afdalende weg van liefde die dienstbaarheid wordt. Daarom zegt Jezus, nadat Hij het hoogmoedig gedrag van de farizeeërs op de korrel heeft genomen, tot zijn leerlingen: ‘De grootste onder u moet dienaar zijn’ (Mt 23,11). Willen we machtsmisbruik voorkomen dan moet macht dienstbaarheid worden. 

Dit geldt ook voor de politieke macht waar partijen en politici, via democratische verkiezingen, naar dingen. Op welke wijze wordt politieke macht dienstbaar? 

Politieke macht die dienstbaar wordt krijgt het karakter van gehoorzaamheid, bescheidenheid en onbaatzuchtigheid.

lees verder

… Politici kunnen de problemen en de zorgen van mensen maar ten gronde kennen en begrijpen als zij bereid zijn om echt te luisteren. Goede oplossingen en doordachte wetsvoorstellen kunnen maar groeien als politici daadwerkelijk in overleg treden met allerhande groepen van mensen: wijkbewoners, actiegroepen, verenigingen, jongerengroepen, vakbonden… Overleg lukt maar in een klimaat van gehoorzaamheid. Men wil blijven horen wat de andere te vertellen heeft, ook al verschilt men grondig van mening.

Wil men een aantal samenlevingsproblemen oplossen dan is de politicus genoodzaakt om op een creatieve manier naar compromissen te zoeken. Zo werkt de politiek nu eenmaal. Heel vaak wordt een compromis afgeschilderd als een vorm van koehandel. Soms is dit ook zo. Maar een goed compromis is ook een vorm van bescheidenheid. Men aanvaardt dat men niet zelf de volle waarheid en wijsheid in pacht heeft. Maar dat in de standpunten en inzichten van de politieke tegenstander ook wijsheid zit. Alleen extreme partijen en politici, hetzij ter linkerzijde, hetzij ter rechterzijde, pretenderen de volle wijsheid in pacht te hebben. Extremisme is steeds een vorm van hoogmoed en leidt vroeg of laat tot onverdraagzaamheid, soms zelfs tot geweld.

Tot slot is het verrichten van goed wetgevend werk in een media-samenleving een onbaatzuchtige karwei geworden. Politici doen het opdat het samenleven van mensen erop vooruit zou mogen gaan. Electoraal is dit dikwijls minder interessant, want het levert niet onmiddellijk veel stemmen op, ook al heeft een politicus die stemmen nodig om de volgende keer verkozen te worden. Een Tv-optreden van een politicus in een of ander spelprogramma levert bijvoorbeeld meer stemmen op, dan het steken van veel tijd in goed wetgevend werk. Daarom zouden we des te meer respect moeten tonen voor politici die hun dossiers grondig kennen en onderbouwde wetsvoorstellen indienen.Het in overleg treden van politici met allerlei groepen, het zoeken naar een maatschappelijk breed gedragen compromis of het oprecht proberen goed wetgevend werk te verrichten mogen christenen duiden als politieke macht die dienstbaar wordt. Het is onze stem waard op 9 juni en op 13 oktober 2024.