Met het hart ontmoeten | weekend 17-18 januari

De volgende dag zag Johannes de Doper Jezus naar zich toekomen en zei: “Zie, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt. Deze is het van wie ik zei: Achter mij komt een man die voor mij is, want Hij was eerder dan ik. Ook ik kende Hem niet, maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom kwam ik met water dopen.”
Verder getuigde Johannes: “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten. Ook ik kende Hem niet, maar die mij gezonden had om met water te dopen, Hij had tot mij gesproken: Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en blijven rusten, Hij is het die doopt met de heilige Geest. Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd: Deze is de Zoon van God.” (Johannes 1, 29-34)
Kiezen voor de zwaksten
Toen Johannes de Doper zag dat de Geest over Jezus was neergedaald, verkondigde hij aan iedereen die het horen wilde: “Deze is van wie ik zei: Achter mij komt een man die voor mij is … Ook ik kende Hem niet … hij is het die doopt met de heilige Geest … Deze is de Zoon van God.” Johannes durft een stap opzij te stappen zodra Jezus ten tonele verschijnt. Een contrast met de vele begrippen in onze eigen maatschappij: eigenbelang, carriére, macht, prestige … In die zin is Johannes een buitenbeentje. Want hij vertegenwoordigt wat in onze samenleving als ‘onnozel’ wordt bestempeld: kiezen voor de zwaksten, iets doen voor een ander …
Hij moet groter en ik kleiner
Zien en getuigen, van zichzelf weg verwijzen. Daarover gaat het of zou het moeten gaan in het leven van een christen. Dat is of zou de essentie moeten zijn in elke christelijke verkondiging. Niet wat ik doe, wat ik zeg, wat ik beleef is het voornaamste, maar wel of doorheen mijn manier van leven en spreken Jezus zelf meer tot leven komt in onze wereld.
De verkondiging moet boeiend zijn en mensen aanspreken, maar mag niet van die aard zijn dat het zicht op Jezus verduisterd wordt. Het gaat niet om de catecheet of de predikant maar wel om de Christus. “Hij moet groter worden en ik kleiner”. Hij is het en niemand anders.
Diepgaande persoonsrelatie
Ook Johannes de Doper ‘kende’ Jezus niet. Zijn doopsel was voor hem een middel om Jezus te herkennen en om van Hem te getuigen. Ook wij denken vaak iemand te kennen, terwijl we helemaal niet weten wat er in hem of haar omgaat. Kennen is in onze taal vooral een zaak van het verstand. In bijbelse taal wordt er een diepgaande persoonrelatie aangeduid. ‘Kennen’ wij Jezus al? Weten we wie Hij is? Misschien hebben we Jezus (of onze medemens) nog (nooit) echt ontmoet met het hart.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.
diaken Julien Becker