Kijken en zien | weekend 14-15 maart

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht van de wereld.” Toen Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte met het speeksel slijk, bestreek daarmee de ogen van de blindgeborene en zei tot hem: “Ga u wassen in de vijver van de Siloam,” – wat betekent: gezondene –.
Hij ging ernaartoe, waste zich en kwam er ziende vandaan. Zijn buren nu en degenen die hem vroeger hadden zien bedelen, zeiden: “Is dat niet de man, die zat te bedelen?” Sommigen zeiden: “Inderdaad, hij is het.” Anderen: “Neen, hij lijkt alleen maar op hem.” Hijzelf zei: “Ik ben het.” Toen vroegen ze hem: “Hoe zijn dan uw ogen geopend?” Hij antwoordde: “De man die Jezus heet, maakte slijk, bestreek daarmee mijn ogen en zei tot mij: Ga naar de Siloam en was u. Ik ben dus gegaan, waste mij en kon zien.” (Johannes 9,5-11)
Leren zien zoals God
Kijken doe je met je ogen, zien doe je met je hart. Graag zien met je hele persoon, zegt de Bond Zonder Naam in één van zijn spreuken. Vandaag nodigt het evangelie ons uit om te leren zien zoals God. De blinde zit aan de kant, letterlijk en figuurlijk. In de ogen van de mensen is zijn blindheid een gevolg van zondigheid en dus zijn eigen schuld. Hij wordt uitgesloten van het gemeenschapsleven, hij zit er al jaren en telt niet mee. De meeste mensen hebben hem niet gezien, ze lopen hem voorbij. Jezus heeft hem wel opgemerkt. Hij ziet niet alleen de mensen op de weg, maar vooral de mensen naast de weg. Hij ziet niet alleen de mensen die erbij horen, Hij ziet ook de mensen die er niet bij horen. Hij gaat zelfs naar hen toe, Hij raakt ze aan. Hij stuurt hen naar Siloam, de vijver van de Gezondene! Hij stuurt de blinde naar het water van de Gezondene, hij wordt genezen.
Jezus, de Gezondene
De blinde uit het verhaal is de enige die ziende is. Hij ziet Jezus niet enkel als wonderdoener, meer nog: hij erkent Jezus als de profeet – de Gezondene. Hij gelooft in Hem als de Mensenzoon. De blindgeborene, door Jezus genezen, ziet in tegenstelling tot de Farizeeër, wel wie Jezus is. En zo komen we tot de kern van het verhaal: zien en zien is twee voor Jezus. Zij hadden het teken van God moeten zien: deze man die de blindgeborene de ogen heeft geopend, die moet van God zijn. Maar dat wilden ze niet zien en daarom is dit verhaal een oproep om ons niet te gedragen zoals de Farizeeën.
Ziende blind
Wij zien ook veel of we denken veel te zien, we kennen het verhaal van Jezus, maar zijn we vaak niet ziende blind? Wij weten alles zo goed, dat wij in deze tijd de levende Heer niet meer aan het werk zien. En het is goed, nu halverwege op onze weg naar Pasen, de vraag van Jezus ter harte te nemen: ‘Gelooft Gij in de Mensenzoon?’ En zal dat geloof sterk genoeg zijn, zoals bij de blindgeborene, terwijl zovelen in onze omgeving het laten afweten? Misschien moeten ook wij vandaag met onze verblinde ogen naar Jezus gaan met het gebed van de blindgeborene: ‘Heer, geef dat ik kan zien’. Alleen de liefde is de weg naar Hem toe.
Goede God, wij tasten vaak in het duister en zijn beperkt in ons zien. Open onze ogen, laat ons omkijken naar onze medemensen en vooral U herkennen. Opdat uw Licht in ons mag schijnen. Want wie Jezus volgt, wandelt niet in de duisternis, maar volgt de weg van liefde en licht naar U. Amen.
diaken Julien Beckers