Gedaanteverandering | weekend 28 februari-1 maart

Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren. Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht.
Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden. Petrus nam het woord en zei tot Jezus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit die wolk klonk een stem: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.” Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aangegrepen door een hevige vrees. Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: “Staat op en weest niet bang.” Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus. Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: “Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd, voordat de Mensenzoon uit de doden is opgestaan.” (Matteüs 17,1-9)
Gods heerlijkheid
Vandaag neemt het evangelie ons mee naar een hoge berg. Jezus wil daar alleen zijn, samen met drie van zijn leerlingen. Enkele dagen daarvoor had Jezus hun verteld dat Hij veel zou moeten lijden en dat Hij zijn dood tegemoet ging. Dat bracht verwarring, de man van wie zij zoveel hielden, de man op wie zij hoopten. Zaten zij wel goed met hun verwachtingen, met hun hoop, met hun geloof in Hem? En dan, boven op de Taborberg, wordt de twijfel even weggetrokken. Zij mogen Jezus zien, stralend van Gods heerlijkheid, in gezelschap van Mozes en Elia. De leerlingen zijn onder de indruk, dat beeld van Jezus willen ze vasthouden. En in zijn enthousiasme vraagt Petrus of hij tenten zal bouwen, eentje voor Jezus, Mozes en Elia. Maar die topervaring is van korte duur. Het wordt hun duidelijk waarheen de weg van Jezus leidt: tegenwerking lijden en dood. En dan worden ze bang en werpen zich op de grond van schrik. Maar Jezus treedt op hen toe, raakt met zijn hand de drie leerlingen aan en zegt: “Sta op! Wees niet bang! Zie: Ik ben met u alle dagen tot aan het einde der tijden”.
De berg weer af
Dit gebaar van Jezus aan zijn leerlingen is een belofte en bemoediging. De leerlingen moeten de berg weer af. En zo is het ook met ons. Na elke ontmoeting met Jezus worden wij teruggezonden naar het leven van elke dag. Het is geen gemakkelijke weg, maar wij staan er niet alleen voor. Als wij kiezen voor het goede, als wij kiezen om elkaar tot zegen te zijn, dan is Jezus bij ons tot aan het einde der tijden. Ook als Goede Vrijdag komt in ons leven. En ook als wij ons voelen tekortschieten, als wij machteloos staan tegenover het lijden, tegenover dood en onrecht, dan mogen wij vertrouwen op Gods aanwezigheid. Jezus zegt ons ook vandaag nog: “Wees niet bang voor de levensweg die je moet gaan, je mag God ervaren als Tochtgenoot. Wees niet bang voor Gods aanwezigheid in je leven, want Hij heeft een hart voor jou! Wees niet bang voor Gods stem in je hart, want Hij spreekt je in vrijheid aan.”
Goede God, Gij geeft ons in deze vastentijd veertig dagen lang de tijd om ons leven te verbinden met uw Zoon, Jezus Christus, die voor ons de weg, de waarheid en het leven is. Opdat wij met Pasen zouden mogen stralen van geluk. Amen.
diaken Julien Beckers